PSD staat voor Payment Service Directive. De 2 van PSD2 betekent dat het een herziening is van een al bestaande Europese richtlijn. Deze eerste wet kende al 6 soorten betaaldiensten. De nieuwe wet voegt er nog twee aan toe en regelt dat rekeninghouders aan derde partijen toegang kunnen geven tot hun bankrekening. Die derde partijen kunnen twee dingen doen: (1) een betaling initiëren en (2) rekeninginformatie bekijken. 

Waarom is PSD2 nodig?

De PSD2 is ontstaan omdat regelgeving op het gebied van betalingen verouderd was. Er komen steeds meer technologische innovaties. Ook op het gebied van betaaldiensten. Nieuwe regelgeving bleek nodig. Wat mag wél en niet bij het doorvoeren van deze technologische innovaties? Deze vraag wordt beantwoord in de nieuwe PSD2 richtlijn. ‘Richtlijn’ wil overigens niet zeggen dat de PSD2-regelgeving vrijblijvend is. De richtlijn is in alle EU-landen omgezet in een wet en bevat strikte regels die moeten worden opgevolgd. Er zijn twee soorten diensten die voortvloeien uit de nieuwe PSD2 wetgeving:

  • Rekeninginformatiedienstverleners (AISP): Deze dienstverleners kunnen alleen kijken naar de betaalrekening(en) van een particulier of bedrijf.
    Zij krijgen daarmee informatie over o.a. het saldo en de bij- en afschrijvingen van de rekeninghouder.
  • Betaalinitiatiedienstverleners (PISP): Betaalinitiatie dienstverleners kunnen ook betalingen vanaf de rekening(en) doen. Hiervoor is geen bank meer nodig.

Wie controleert of PSD2 goed wordt uitgevoerd?

De Nederlandse Bank (DNB) vertrekt de vergunningen voor het mogen toepassen van PSD2 diensten en stelt zeer strenge eisen aan de vergunninghouders. Een vergunning is daarmee alleen beschikbaar voor partijen die een serieuze dienst aan de markt aanbieden. Het aanvragen van een vergunning is een zeer tijdrovende en kostbare aangelegenheid. En wie een PSD2-vergunning heeft gekregen, staat onder continue toezicht van vier belangrijke instanties voor de Nederlandse markt.

  • De Nederlandsche Bank (DNB) geeft de vergunning af en houdt zogeheten prudentieel toezicht.
  • Autoriteit Financiële Markten (AFM) houdt toezicht op het gedrag van financiële ondernemingen.
    Wordt eerlijke en juiste informatie verschaft aan consumenten en worden klanten zorgvuldig behandeld?
  • Autoriteit Persoonsgegevens (AP) ziet erop toe dat wordt voldaan aan de vereisten van de AVG, de Algemene Verordening Gegevensbescherming. Maar ook of het duidelijk is waarvoor rekeninghouders toegang verlenen.
  • Autoriteit Consument en Markt (ACM) ziet erop toe dat er ook onder de PSD2 voldoende concurrentie blijft.